101 jaar geleden werd het algemeen kiesrecht ingevoerd en mochten ook vrouwen na veel discussie en strijd gekozen worden in politieke gremia. Zelf kiezen was er nog niet bij, dat werd pas 99 jaar geleden geregeld. Gemiddeld 100 jaar nadat vrouwen mee mochten doen in de politiek, passief en actief, verscheen het boek Wat komen jullie hier doen?, onder redactie van CDA-senator Sophie van Bijsterveld en Hillie van de Streek. Het CDA en zijn voorgangers staan centraal, maar het boek is zeker ook interessant voor mensen met andere politieke voorkeuren.

Ingezetenen zijn geen vrouw
Ere wie ere toekomt: het boek begint bij Aletta Jacobs. De eerste vrouw die met toestemming van minister van Binnenlandse Zaken Rudolf Thorbecke mocht studeren en arts werd. En die het zeer onterecht vond dat zij wel voldeed aan de criteria, maar niet mocht stemmen. Ze was tenslotte ingezetene en moest belasting betalen. Tot aan de Hoge Raad vocht ze de interpretatie aan van de grondwet van 1848. Die overigens ook opgesteld was door dezelfde Rudolf Thorbecke, maar dat mocht nu niet baten. De Hoge Raad oordeelde doodleuk dat als met ‘ingezetenen’ ook vrouwen bedoeld waren, dat er wel gestaan zou hebben. Voor de zekerheid werd in 1887 het woordje ‘mannelijk’ toegevoegd. Maar het tij was niet te keren. In 1917 werd met de invoering van het algemeen kiesrecht (belasting betalen was niet meer hét criterium) het passief kiesrecht ook toegankelijk voor vrouwen.

Principes versus politieke pragmatiek
Wat komen jullie hier doen geeft mooie inzichten in de discussies over het passief en actief kiesrecht voor vrouwen in confessionele kringen. Over het verschil tussen gehuwde en ongehuwde vrouwen, bijvoorbeeld. Het zou toch zot zijn als een ongehuwde dienstmeid mocht stemmen en haar ‘mevrouw’ niet! Zoals het het CDA betaamt, is er een hoofdstuk voor de protestantse geschiedenis en een voor de katholieke. De discussies werden binnen beide stromingen natuurlijk voornamelijk gevoerd door mannen, en liep in de pas met de discussies over de positie van vrouwen binnen de kerk. Niets nieuws onder de zon: er was flinke wrijving tussen de principiële en de meer pragmatische politici. De pragmatici wonnen: het algemeen kiesrecht werd ingevoerd in ruil voor de gelijkstelling van het openbaar en het bijzonder – lees: confessioneel – onderwijs.

Den modderstroom
Pas over het invoeren van het actief kiesrecht voor vrouwen mocht er een vrouw meepraten: het in 1918 gekozen Tweede Kamerlid Suze Groeneweg. En passant werd ook toen nog even de kiesplicht afgeschaft, want de mannen maakten zich zorgen. Zoals de Katwijkse burgemeester J.H. de Waal Malefijt opperde: ‘Zal het gezinsleven er beter op worden, wanneer wij de vrouw dwingen zich te werpen in den modderstroom, die in verkiezingsdagen ons goede land overspoelt en die wij mannen, niet zonder innerlijke weerzin vaak, moeten doorwaden?’

Stapje voor stapje
De emancipatie zette zich vooral voort via de vrouwenbewegingen binnen de politieke partijen. Stapje voor stapje werd de invloed van vrouwen groter. In 1955 wist een Kamerbreed verbond van vrouwen, los van hun partij, een motie aangenomen te krijgen waarin stond dat het niet aan de overheid was om gehuwde vrouwen te verbieden te werken. En inmiddels zijn we zo ver dat een vrouw in de politiek geen vreemde eend in de bijt meer is. Maar vanzelfsprekend is het ook nog niet! Het slothoofdstuk, waarin het heden centraal staat, opent met de stelling dat aandacht voor de positie van vrouwen in de politiek nog steeds nodig is. Er is nog lang geen sprake van evenredige vertegenwoordiging en vrouwen worden nog steeds anders bejegend dan mannen. De meest wrange illustratie: toen Marianne Thieme dit boek presenteerde in de Tweede Kamer, merkte Kamerlid Jaco Geurts op dat zij ‘kennelijk alle mannen de Kamer uit wilde jagen’. CDA-Kamerlid Geurts, mind you. Binnen die partij is dus ook nog een boel werk te verzetten…

Deze recensie verscheen op managementboek.nl

Pin It on Pinterest