“Hoe knipoogt een ambtenaar? Hij doet één oog open.” Welke ambtenaar heeft dit soort moppen nooit gehoord van een grappige oom… Vooroordelen zat. Maar ga er maar aan staan, werken bij de overheid. Zeker bij een gemeente. Want de verwachtingen en de wensen van de lokale overheid zijn nogal eens flink tegenstrijdig.

De klantgerichte overheid
Een voorbeeld. De gemeente Stichtse Vecht zoekt een nieuwe teamleider Openbare Ruimte. En niet zo maar eentje, een omgevingsgerichte teamleider zelfs. Iemand die zorgt “dat voor onze klant, te weten onze inwoners en ondernemers, de openbare ruimte binnen de gemeente op orde komt.” Alles netjes en heel dus. In een bewonersgroep op social media stond op dezelfde dag als deze vacature werd gepubliceerd, een discussie van inwoners die troep op de stoep zat waren. Er was kennelijk allerlei huisraad uit een bovenwoning op straat gekieperd. Tussen de vele scheldpartijen op de gemeente viel me een reactie op. Een bewoner vroeg zich af waarom er niet zoals vroeger een paar vrijwilligers uit de wijk een bezem pakten en de boel opruimden. Bijzonder, want deze bewoner voelde zich zelf niet geroepen om een van die vrijwilligers te worden. Maar goed, de gemeente ziet je als klant, dus je betaalt en mag klagen als er niets gebeurt.

Versus de wens voor participatie
De inwoner is klant, en de klant is koning. Dat botst behoorlijk met overheidsbeleid waarin participatie het toverwoord is. Inwoners moeten meer zelf doen. Zelfredzaamheid, eigenaarschap, beleidsnota’s staan er vol mee. Dat geldt voor bijvoorbeeld mantelzorg, maar hoe zit dat met bijvoorbeeld de straat vegen? Je eigen troep opruimen, bijvoorbeeld vuurwerkafval, maar ook die van een ander? Of de stoep sneeuwvrij maken? Gewoon omdat het je eigen woonomgeving is, en je je daar verantwoordelijk voor voelt? Maar ja, de gemeente laat juist weten dat de inwoner klant is. En de klant is koning. Ik ben heel benieuwd hoe de nieuwe teammanager de gevraagde competentie ‘omgevingsgerichtheid’ gaat toepassen…

Pin It on Pinterest